Op de Heumensebaan bij Nijmegen reed een politieauto met spoed 159 kilometer per uur. Wanneer dit precies gebeurde is niet bekend. De rit roept de vraag op hoe hard hulpdiensten in Nijmegen mogen rijden bij een spoedmelding. Ook is onduidelijk of de wagen op dat moment met zwaailicht en sirene reed. Andere details over de inzet ontbreken.
Heumensebaan: 159 km per uur
De gemeten snelheid bedroeg 159 kilometer per uur op de Heumensebaan, een regionale weg bij Nijmegen. Het tijdstip, de richting en de aanleiding van de rit zijn onbekend. Ook is niet vastgesteld of er tegelijkertijd optische en geluidssignalen werden gebruikt. Er is geen melding gedaan van ongevallen of directe gevolgen op de Heumensebaan. De locatie blijft daarmee het enige vaste ankerpunt in dit voorval.
Die snelheid ligt ruim boven de gebruikelijke maximumsnelheden op Nederlandse wegen. Binnen de bebouwde kom is dat doorgaans 50 kilometer per uur, op veel wegen 30. Buiten de kom is het vaak 80, terwijl op snelwegen maximaal 130 kilometer per uur geldt. De Heumensebaan is geen snelweg. Voor weggebruikers in en rond Nijmegen kan een spoedrit op deze route onverwacht zijn, vooral bij kruisingen en invoegpunten.
Regels voor politie in Nijmegen
Bij een spoedmelding is een politieauto pas een ‘voorrangsvoertuig’ als blauw zwaailicht én sirene tegelijk aan staan. In dat geval mag de bestuurder afwijken van verkeersregels, ook van de snelheidslimiet. Er is geen vaste maximumsnelheid bij een spoedrit; noodzaak en veiligheid bepalen wat kan. De plicht om gevaar te voorkomen blijft altijd gelden, aldus de politie. Zonder signalen gelden de normale verkeersregels, ook in Nijmegen.
Of de rit op de Heumensebaan onder deze uitzonderingen viel, is niet bekend. Ook de reden van de spoedinzet is niet gedeeld. Bestuurders in Nijmegen die een voorrangsvoertuig zien naderen, moeten zoveel mogelijk vrije doorgang geven. Vragen of klachten over rijgedrag van hulpdiensten kunnen bij de politie worden gemeld. Zodra er meer duidelijk is over de inzet op de Heumensebaan bij Nijmegen, werken we dit bericht bij.

