In Nijmegen is een man veroordeeld tot een hogere straf voor brandstichting bij een transportbedrijf in Oss. De rechter oordeelde dat de brand is aangestoken in opdracht van de Nijmegenaar. De uitspraak verhoogt de eerder opgelegde straf, maar een schadevergoeding aan het getroffen bedrijf blijft uit. Wanneer de uitspraak precies is gedaan, is niet bekend. De zaak raakt ook Nijmegen direct, omdat de opdrachtgever hier woont en werkt, terwijl het doelwit in Oss lag.
Nijmegenaar gaf opdracht tot brand
De kern van de zaak: een brand bij een transportbedrijf in Oss, aangestuurd door een man uit Nijmegen. De rechter achtte de betrokkenheid van de opdrachtgever voldoende bewezen om de straf te verhogen ten opzichte van een eerdere veroordeling. Het gaat om een bedrijfspand in Oss; een naam van het bedrijf is niet openbaar gemaakt. De exacte duur van de nieuwe straf is niet bekend, maar duidelijk is dat het hof of de rechtbank zwaarder straft dan in de eerste ronde.
De Nijmeegse link is stevig: het initiatief lag volgens de rechter bij de opdrachtgever uit de stad. Dat maakt de zaak relevant voor lokale ondernemers en bewoners, zeker rond Nijmeegse bedrijventerreinen zoals TPN-West in Nijmegen-Noord, waar meerdere logistieke bedrijven zitten. Het vonnis onderstreept dat ook aansturing van brandstichting zwaar kan worden bestraft, niet alleen het fysieke aansteken.
Geen schadevergoeding voor bedrijf
Opvallend is dat er nog altijd geen schadevergoeding is toegewezen aan het getroffen transportbedrijf. In strafzaken kan de rechter een schadeverzoek afwijzen of niet behandelen als de zaak te complex is, waarna de benadeelde partij naar de civiele rechter moet. Dat lijkt hier te spelen: de straf valt hoger uit, maar de financiële afwikkeling blijft liggen. Het bedrag aan schade is niet genoemd, evenmin of verzekeraars al hebben uitgekeerd.
Voor bedrijven in en rond Nijmegen, zoals op de Kanaalhavens en in Dukenburg, is vooral van belang dat civiele routes tijd vragen. Zonder toegewezen schadevergoeding in de strafzaak duurt het langer voordat herstelkosten of bedrijfsstagnatie worden verhaald. Het blijft dus een financieel risico dat pas later kan worden afgehandeld, los van de straf die de Nijmegenaar nu krijgt. Het is nog niet bekend of het bedrijf in Oss al een civiele procedure is gestart.
Vervolg kan civielrechtelijk zijn
Omdat er in de strafzaak geen vergoeding is toegekend, ligt een civiele claim bij de rechtbank voor de hand. Daar kan het transportbedrijf de volledige schade onderbouwen, bijvoorbeeld kosten aan het pand, bedrijfsstilstand en extra beveiliging. Zo’n traject staat los van de straf en kan parallel lopen aan het uitzitten van de opgelegde straf door de Nijmegenaar. Wanneer zo’n civiele zaak zou beginnen, is niet bekend.
Voor Nijmegen betekent dit dat het strafrechtelijk deel richting een afronding gaat, terwijl de financiële kant nog openstaat. Ondernemers op terreinen als TPN-West en in Nijmegen-Noord volgen dit soort uitspraken met extra aandacht, juist vanwege de gevolgen voor bedrijfscontinuïteit na incidenten. Het is nu aan het transportbedrijf om te bepalen of, en wanneer, het naar de civiele rechter stapt om schade te verhalen.

